Koning Zacharia
De veertiende koning van Israël en de zoon van Jerobeam II, de laatste van de dynastie van Jehu. Hij deed wat slecht was en week niet af van de zonden van Jerobeam. Na slechts zes maanden regeren werd hij in het openbaar vermoord door Sallum, de zoon van Jabes. Hiermee werd de belofte van de HEERE aan Jehu vervuld dat zijn zonen tot het vierde geslacht op de troon van Israël zouden zitten — en zo geschiedde (2 Koningen 15:8-12).
Bijbelverzen
1 Kon 15:8-12
8En Abiam ontsliep met zijn vaderen, en zij begroeven hem in de stad Davids; en Asa, zijn zoon, regeerde in zijn plaats. 9In het twintigste jaar van Jerobeam, den koning van Israel, werd Asa koning over Juda. 10En hij regeerde een en veertig jaren te Jeruzalem, en de naam zijner moeder was Maacha, een dochter van Abisalom. 11En Asa deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David. 12Want hij nam weg de schandjongens uit het land, en deed weg al de drekgoden, die zijn vaders gemaakt hadden.
2 Kon 15:8-12
8In het acht en dertigste jaar van Azaria, den koning van Juda, regeerde Zacharia, de zoon van Jerobeam, over Israel te Samaria, zes maanden. 9En hij deed dat kwaad was in de ogen des HEEREN, gelijk als zijn vaderen gedaan hadden; hij week niet af van de zonden van Jerobeam, den zoon van Nebat, die Israel zondigen deed. 10En Sallum, de zoon van Jabes, maakte een verbintenis tegen hem, en sloeg hem voor het volk, en doodde hem; en hij werd koning in zijn plaats. 11Het overige nu der geschiedenissen van Zacharia, ziet, dat is geschreven in het boek der kronieken der koningen van Israel. 12Dit was het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had tot Jehu, zeggende: U zullen zonen van het vierde gelid op den troon van Israel zitten; en het is alzo geschied.