Asa's hervorming in Juda
Asa doet wat recht is in Gods ogen. Hij verdrijft de schandjongens en verwijdert afgoden. Zelfs zijn moeder Maächa zet hij af vanwege haar Asjera-beeld.
Jaar
2806 1199 BC
Plaatsen
Bijbelverzen
1 Kon 15:9-15
9In het twintigste jaar van Jerobeam, den koning van Israel, werd Asa koning over Juda. 10En hij regeerde een en veertig jaren te Jeruzalem, en de naam zijner moeder was Maacha, een dochter van Abisalom. 11En Asa deed wat recht was in de ogen des HEEREN, gelijk zijn vader David. 12Want hij nam weg de schandjongens uit het land, en deed weg al de drekgoden, die zijn vaders gemaakt hadden. 13Ja, zelfs zijn moeder Maacha zette hij ook af, dat zij geen koningin ware, omdat zij een afgrijselijken afgod in een bos gemaakt had; ook roeide Asa uit haar afgrijselijken afgod, en verbrandde hem aan de beek Kidron. 14De hoogten werden wel niet weggenomen; nochtans was het hart van Asa volkomen met den HEERE, al zijn dagen. 15En hij bracht in het huis des HEEREN de geheiligde dingen zijns vaders, en zijn geheiligde dingen, zilver, en goud, en vaten.