Jezus werd opgenomen in de hemel terwijl de discipelen het zagen, vanaf de Olijfberg bij Jeruzalem. Een wolk onttrok Hem aan hun ogen en twee engelen beloofden Zijn terugkeer.
Een engel stuurde Filippus naar de eenzame weg van Jeruzalem naar Gaza. Daar ontmoette hij een Ethiopische kamerheer die Jesaja las, legde hem het evangelie uit en doopte hem.
Saulus reisde naar Damascus met brieven om christenen gevangen te nemen. Onderweg verscheen een licht uit de hemel, Jezus sprak tot hem, en hij werd blind naar Damascus geleid.
Na zijn bekering ging Saulus naar Jeruzalem, waar Barnabas hem bij de apostelen introduceerde. Toen zijn leven bedreigd werd, stuurden de broeders hem naar Tarsus.
God stuurde Ananias in een visioen naar de Rechte straat in Damascus om Saulus de handen op te leggen. Saulus kreeg zijn gezichtsvermogen terug en werd gedoopt.
Petrus kreeg een visioen en werd door de Geest naar Caesarea gestuurd, naar het huis van de Romeinse hoofdman Cornelius. Daar predikte hij het evangelie aan de heidenen.
Agabus, een profeet uit Jeruzalem, reisde naar Antiochië waar hij door de Geest een grote hongersnood voorspelde. Later waarschuwde hij Paulus in Caesarea voor zijn gevangenneming in Jeruzalem.
Paulus en Barnabas werden door de Heilige Geest uitgezonden vanuit Antiochië. Ze reisden via Cyprus naar Klein-Azië, waar ze gemeenten stichtten in Antiochië in Pisidië, Ikonium, Lystra en Derbe.
Paulus en Silas vertrokken vanuit Antiochië op de tweede zendingsreis door Klein-Azië naar Europa. Ze stichtten gemeenten in Filippi, Thessalonica, Berea, Athene en Korinthe.
Na een visioen in Troas reisden Paulus en Lucas over zee naar Macedonië. Ze voeren naar Samothrace en Neapolis en kwamen in Filippi, een Romeinse kolonie.
Lydia, een purperverkoopster uit Thyatira die in Filippi woonde, luisterde naar Paulus' prediking. De Heere opende haar hart, ze werd gedoopt met haar huisgenoten en bood gastvrijheid aan.
Paulus vertrok vanuit Antiochië op zijn derde zendingsreis door Galatië en Frygië naar Efeze, waar hij twee jaar bleef. Daarna reisde hij via Macedonië en Griekenland naar Jeruzalem.
Apollos, een welsprekende Jood uit Alexandrië die kundig was in de Schriften, kwam naar Efeze. Na onderwijs van Aquila en Priscilla reisde hij naar Achaje om de gelovigen te versterken.
Aquila en Priscilla kwamen vanuit Rome naar Korinthe nadat keizer Claudius alle Joden uit Rome had verdreven. Later reisden ze met Paulus naar Efeze, waar ze Apollos onderwezen.
Trofimus uit Efeze vergezelde Paulus op zijn reis naar Jeruzalem. Zijn aanwezigheid in de stad leidde tot het valse gerucht dat Paulus hem de tempel had binnengebracht.
Tychikus uit Asia vergezelde Paulus op zijn reis en diende later als brenger van brieven. Paulus noemde hem een geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heere.
Paulus werd als gevangene per schip naar Rome gebracht. Onderweg raakte het schip in een zware storm en leed schipbreuk bij Malta, maar alle opvarenden werden gered.