Omschrijving
Een stad in het stamgebied van Benjamin (Jozua 18:25), ten noorden van Jeruzalem. Debora hield zitting onder een palm 'tussen Rama en Bethel' (Richteren 4:5). Rama was de thuisstad van de profeet Samuël, waar hij Israël richtte en de eerste koningen zalfde (1 Samuël 7:17, 8:4). Baësa van Israël versterkte Rama om Juda te blokkeren, maar Asa van Juda sloopte het bouwmateriaal en gebruikte het voor Geba en Mizpa (1 Koningen 15:17-22). Jeremia profeteerde dat er in Rama geweend zou worden — Rachel die huilde om haar kinderen (Jeremia 31:15), vervuld bij de kindermoord in Bethlehem (Matteüs 2:18).
Kaart
Historische gebeurtenissen
Bijbelverzen
Joz 18:25
25Gibeon, en Rama, en Beeroth,
Recht 4:5
5En zij woonde onder den palmboom van Debora, tussen Rama en tussen Beth-El, op het gebergte van Efraim; en de kinderen Israels gingen op tot haar ten gerichte.
Recht 19:13
13Voorts zeide hij tot zijn jongen: Ga voort, dat wij tot een van die plaatsen naderen, en te Gibea of te Rama vernachten.
1 Kon 15:17
17Want Baesa, de koning van Israel, toog op tegen Juda, en bouwde Rama; opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, den koning van Juda.
1 Kon 15:21-22
21En het geschiedde, als Baesa zulks hoorde, dat hij afliet van Rama te bouwen, en hij bleef te Thirza. 22Toen liet de koning Asa door gans Juda uitroepen (niemand was vrij), dat zij de stenen van Rama, en het hout daarvan, zouden wegdragen, waarmede Baesa gebouwd had; en de koning Asa bouwde daarmede Geba-Benjamins, en Mizpa.
2 Kron 16:1
1In het zes en dertigste jaar van het koninkrijk van Asa, toog Baesa, de koning van Israel, op tegen Juda, en bouwde Rama, opdat hij niemand toeliet uit te gaan en in te komen tot Asa, den koning van Juda.
2 Kron 16:5-6
5En het geschiedde, als Baesa zulks hoorde, dat hij afliet van Rama te bouwen, en zijn werk staakte. 6Toen nam de koning Asa gans Juda, en zij droegen weg de stenen van Rama, en het hout daarvan, waarmede Baesa gebouwd had; en hij bouwde daarmede Geba en Mizpa.
Ezra 2:26
26De kinderen van Rama en Gaba, zeshonderd een en twintig.
Neh 7:30
30De mannen van Rama en Gaba, zeshonderd en twintig;
Jes 10:29
29Zij trekken door den doorgang, te Geba houden zij hun vernachting; Rama beeft, Gibea Sauls vlucht.
Jer 31:15
15Zo zegt de HEERE: Er is een stem gehoord in Rama, een klage, een zeer bitter geween; Rachel weent over haar kinderen; zij weigert zich te laten troosten over haar kinderen, omdat zij niet zijn.
Jer 40:1
1Het woord, dat van den HEERE geschied is tot Jeremia, nadat Nebuzaradan, de overste der trawanten, hem had laten gaan van Rama; als hij hem had laten halen, daar hij met ketenen gebonden was in het midden aller gevangenen van Jeruzalem en Juda, die naar Babel gevankelijk werden weggevoerd.
Hos 5:8
8Blaast de bazuin te Gibea, de trompet te Rama; roept luide te Beth-Aven; achter u, Benjamin!
Mat 2:18
18Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet vertroost wezen, omdat zij niet zijn!