Omschrijving
Een van de bergen van de keten van Seir of Edom, op de grens van Idumea (Numeri 20:22-29; 33:37). Het was een van de pleisterplaatsen van de Israelieten in de woestijn, die zij bereikten op de omweg die zij moesten nemen omdat de Edomieten hen geen doorgang verleenden. Hier stierf Aaron (Numeri 33:37-41). De Israelieten passeerden deze berg meerdere malen tijdens hun omzwervingen. Hij draagt de moderne naam Jebel Harun en is de hoogste en meest opvallende berg van de hele keten. Hij ligt ongeveer halverwege de Dode Zee en de Golf van Akaba. Hij heeft twee toppen, en in de holte daartussen zou Aaron gestorven zijn. Anderen menen echter dat deze berg het huidige Jebel Madurah is, aan de westzijde van de Arabah.
Kaart
Historische gebeurtenissen
Reizen
Bijbelverzen
Num 20:22-27
22Toen reisden zij van Kades; en de kinderen Israels kwamen, de ganse vergadering, aan den berg Hor. 23De HEERE nu sprak tot Mozes, en tot Aaron, aan den berg Hor, aan de pale van het land van Edom, zeggende: 25Neem Aaron, en Eleazar, zijn zoon, en doe hen opklimmen tot den berg Hor. 27Mozes nu deed, gelijk als de HEERE geboden had; want zij klommen op tot den berg Hor, voor de ogen der ganse vergadering.
Num 21:4
4Toen reisden zij van den berg Hor, op den weg der Schelfzee, dat zij om het land der Edomieten heentogen; doch de ziel des volks werd verdrietig op dezen weg.
Num 33:37-41
37En zij verreisden van Kades, en legerden zich aan den berg Hor, aan het einde des lands van Edom. 38Toen ging de priester Aaron op den berg Hor, naar den mond des HEEREN, en stierf aldaar, in het veertigste jaar na den uittocht van de kinderen Israels uit Egypteland, in de vijfde maand, op den eersten der maand. 39Aaron nu was honderd drie en twintig jaren oud, als hij stierf op den berg Hor. 41En zij verreisden van den berg Hor, en legerden zich in Zalmona.
Num 34:7-8
7Voorts zal u de landpale van het noorden deze zijn: van de grote zee af zult gij u den berg Hor aftekenen. 8Van den berg Hor zult gij aftekenen tot daar men komt te Hamath; en de uitgangen dezer landpale zullen zijn naar Zedad.
Deut 32:50
50En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.