Gods bevel aan Mozes om de berg Nebo te beklimmen

De HEERE sprak tot Mozes op diezelfde dag: 'Klim op het gebergte Abarim, den berg Nebo, die in het land van Moab is, tegenover Jericho, en zie het land Kanaän, dat Ik den kinderen Israëls tot een bezitting geven zal. En sterf op den berg en word vergaderd tot uw volken, gelijk Aäron uw broeder stierf op den berg Hor.'

Jaar
2310 1695 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Deut 32:48-52
48Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende: 49Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal; 50En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd. 51Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels. 52Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.