Omschrijving
Een berg in Samaria, ongeveer 914 meter boven de Middellandse Zee. Hij lag links van het dal met de oude stad Sichem, op de weg naar Jeruzalem, tegenover de berg Ebal, met ongeveer 3 km tussen de toppen (Deuteronomium 27; Jozua 8:30-35). Op de hellingen van deze berg verzamelden de stammen die afstamden van de bijvrouwen van Lea en Rachel, samen met de stam Ruben, om te antwoorden op de zegen die werd uitgesproken als beloning voor gehoorzaamheid, terwijl Jozua in het dal beneden de hele wet voorlas; terwijl degenen op Ebal met een luid 'Amen' antwoordden op de vervloekingen. Waarschijnlijk werd op dat moment de kist met het gebalsemde lichaam van Jozef neergelegd in het 'stuk grond dat Jakob van de zonen van Hemor had gekocht' (Genesis 33:19; 50:25). Josephus vermeldt dat Sanballat een tempel voor de Samaritanen op deze berg bouwde. Na tweehonderd jaar werd deze verwoest en later herbouwd door Herodes de Grote. Naar deze berg verwees de Samaritaanse vrouw in Johannes 4:20. De Samaritanen, een kleine maar hechte gemeenschap, bleven hier wonen en hielden hun oude eredienst in stand.