Berg Gerizim

Berg Wikidata

Omschrijving

Een berg in Samaria, ongeveer 914 meter boven de Middellandse Zee. Hij lag links van het dal met de oude stad Sichem, op de weg naar Jeruzalem, tegenover de berg Ebal, met ongeveer 3 km tussen de toppen (Deuteronomium 27; Jozua 8:30-35). Op de hellingen van deze berg verzamelden de stammen die afstamden van de bijvrouwen van Lea en Rachel, samen met de stam Ruben, om te antwoorden op de zegen die werd uitgesproken als beloning voor gehoorzaamheid, terwijl Jozua in het dal beneden de hele wet voorlas; terwijl degenen op Ebal met een luid 'Amen' antwoordden op de vervloekingen. Waarschijnlijk werd op dat moment de kist met het gebalsemde lichaam van Jozef neergelegd in het 'stuk grond dat Jakob van de zonen van Hemor had gekocht' (Genesis 33:19; 50:25). Josephus vermeldt dat Sanballat een tempel voor de Samaritanen op deze berg bouwde. Na tweehonderd jaar werd deze verwoest en later herbouwd door Herodes de Grote. Naar deze berg verwees de Samaritaanse vrouw in Johannes 4:20. De Samaritanen, een kleine maar hechte gemeenschap, bleven hier wonen en hielden hun oude eredienst in stand.

Kaart

Personen

Historische gebeurtenissen

Bijbelverzen

Deut 11:29
29En het zal geschieden, als u de HEERE, uw God, zal hebben ingebracht in het land, waar gij naar toe gaat, om dat te erven; dan zult gij den zegen uitspreken op den berg Gerizim, en den vloek op den berg Ebal.
Deut 27:12
12Dezen zullen staan, om het volk te zegenen op den berg Gerizim, als gij over de Jordaan gegaan zult zijn: Simeon, en Levi, en Juda, en Issaschar, en Jozef, en Benjamin.
Joz 8:33
33En gans Israel met zijn oudsten, en ambtlieden, en zijn rechters, stonden aan deze en aan gene zijde der ark, voor de Levietische priesteren, die de ark des verbonds des HEEREN droegen, zo vreemdelingen als inboorlingen, een helft daarvan tegenover den berg Gerizim, en een helft daarvan tegenover den berg Ebal, gelijk als Mozes, de knecht des HEEREN, bevolen had; om het volk van Israel in het eerst te zegenen.
Recht 9:7
7Als zij dit Jotham aanzeiden, zo ging hij heen, en stond op de hoogte des bergs Gerizim, en verhief zijn stem, en riep, en hij zeide tot hen: Hoort naar mij, gij, burgers van Sichem! en God zal naar ulieden horen.
Joh 4:20
20Onze vaders hebben op deze berg aangebeden; en gijlieden zegt, dat te Jeruzalem de plaats is, waar men moet aanbidden.