Doop van de Ethiopische kamerheer door Filippus

Type: Bekering
Volgorde: 24

Een engel stuurde Filippus naar een verlaten weg bij Gaza. Hij trof een Ethiopische kamerheer aan die in Jesaja las. Filippus legde de Schrift uit en verkondigde hem Jezus. Bij een waterbron vroeg de kamerheer gedoopt te worden, wat Filippus deed. Daarna nam de Geest Filippus mee.

Bijbelverzen

Hand 8:26-28
26En een engel des Heeren sprak tot Filippus, zeggende: Sta op, en ga heen tegen het zuiden, op den weg, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza, welke woest is. 27En hij stond op en ging heen; en ziet, een Moorman, een kamerling, en een machtig heer van Candace, de koningin der Moren, die over al haar schat was, welke was gekomen om aan te bidden te Jeruzalem; 28En hij keerde wederom, en zat op zijn wagen, en las den profeet Jesaja.
Hand 8:35-39
35En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus. 36En alzo zij over weg reisden, kwamen zij aan een zeker water; en de kamerling zeide: Ziedaar water; wat verhindert mij gedoopt te worden? 37En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij, antwoordende, zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. 38En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. 39En toen zij uit het water waren opgekomen, nam de Geest des Heeren Filippus weg, en de kamerling zag hem niet meer; want hij reisde zijn weg met blijdschap.

Betrokken personen