Filippus II

Naam

Alternatieve spelling Philip

Familie

Partner Herodias

Notities

One of the "seven" ( Acts 6:5 ), called also "the evangelist" ( Acts 21:8 Acts 21:9 ). He was one of those who were "scattered abroad" by the persecution that arose on the death of Stephen. He went first to Samaria, where he laboured as an evangelist with much success ( 8:5-13 ). While he was there he received a divine command to proceed toward the south, along the road leading from Jerusalem to Gaza. These towns were connected by two roads. The one Philip was directed to take was that which led through Hebron, and thence through a district little inhabited, and hence called "desert." As he travelled along this road he was overtaken by a chariot in which sat a man of Ethiopia, the eunuch or chief officer of Queen Candace, who was at that moment reading, probably from the Septuagint version, a portion of the prophecies of ( Isaiah 53:6 Isaiah 53:7 ). Philip entered into conversation with him, and expounded these verses, preaching to him the glad tidings of the Saviour. The eunuch received the message and believed, and was forthwith baptized, and then "went on his way rejoicing." Philip was instantly caught away by the Spirit after the baptism, and the eunuch saw him no more. He was next found at Azotus, whence he went forth in his evangelistic work till he came to Caesarea. He is not mentioned again for about twenty years, when he is still found at Caesarea ( Acts 21:8 ) when Paul and his companions were on the way to Jerusalem. He then finally disappears from the page of history.

Profetieën

Wonderen & Tekenen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 6:5
5En dit woord behaagde aan al de menigte; en zij verkoren Stefanus, een man vol des geloofs en des Heiligen Geestes, en Filippus, en Prochorus, en Nicanor, en Timon, en Parmenas, en Nicolaus, een Jodengenoot van Antiochie;
Hand 8:5-6
5En Filippus kwam af in de stad van Samaria, en predikte hun Christus. 6En de scharen hielden zich eendrachtelijk aan hetgeen van Filippus gezegd werd, dewijl zij hoorden en zagen de tekenen, die hij deed.
Hand 8:12-13
12Maar toen zij Filippus geloofden, die het Evangelie van het Koninkrijk Gods, en van den Naam van Jezus Christus verkondigde, werden zij gedoopt, beiden, mannen en vrouwen. 13En Simon geloofde ook zelf, en gedoopt zijnde, bleef gedurig bij Filippus; en ziende de tekenen en grote krachten, die er geschiedden, ontzette hij zich.
Hand 8:26-40
26En een engel des Heeren sprak tot Filippus, zeggende: Sta op, en ga heen tegen het zuiden, op den weg, die van Jeruzalem afdaalt naar Gaza, welke woest is. 29En de Geest zeide tot Filippus: Ga toe, en voeg u bij dezen wagen. 30En Filippus liep toe, en hoorde hem den profeet Jesaja lezen, en zeide: Verstaat gij ook, hetgeen gij leest? 31En hij zeide: Hoe zou ik toch kunnen, zo mij niet iemand onderricht? En hij bad Filippus, dat hij zou opkomen, en bij hem zitten. 34En de kamerling antwoordde Filippus en zeide: Ik bid u, van Wien zegt de profeet dit, van zichzelven, of van iemand anders? 35En Filippus deed zijn mond open en beginnende van diezelfde Schrift, verkondigde hem Jezus. 37En Filippus zeide: Indien gij van ganser harte gelooft, zo is het geoorloofd. En hij, antwoordende, zeide: Ik geloof, dat Jezus Christus de Zoon van God is. 38En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem. 39En toen zij uit het water waren opgekomen, nam de Geest des Heeren Filippus weg, en de kamerling zag hem niet meer; want hij reisde zijn weg met blijdschap. 40Maar Filippus werd gevonden, te Azote; en het land doorgaande, verkondigde hij het Evangelie in alle steden, totdat hij te Cesarea kwam.
Hand 21:8
8En des anderen daags, Paulus en wij, die met hem waren, gingen van daar en kwamen te Cesarea; en gegaan zijnde in het huis van Filippus, den evangelist (die een was van de zeven), bleven wij bij hem.