Vuur van de HEERE verteert het offer op de Karmel
Type:
Wonder
Categorie: Natuurwonder
Volgorde: 99
Jaar:
2989 1016 BC
Op de Karmel bouwde Elia een altaar, legde het offer klaar en liet het driemaal met water overgieten. Toen hij bad, viel het vuur van de HEERE neer en verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof, en likte het water in de greppel op. Het volk viel op zijn knieën en riep: De HEERE is God.
Bijbelverzen
1 Kon 18:30-39
30Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was. 31En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn. 32En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. 33En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout. 34En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; 35Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. 36Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. 37Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt. 38Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. 39Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!