Vijfde plaag: pest onder het vee
Type:
Wonder
Categorie: Oordeel
Volgorde: 26
Jaar:
2513 1492 BC
Een zware pest trof al het vee van de Egyptenaren: paarden, ezels, kamelen, runderen en schapen stierven. Het vee van de Israëlieten bleef gespaard.
Bijbelverzen
Ex 9:1-7
1Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene. 2Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt, 3Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie. 4En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is. 5En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen. 6En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een. 7En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.