Uitdrijving van een demon in de synagoge van Kafarnaüm
Type:
Wonder
Categorie: Uitdrijving
Volgorde: 204
Jaar:
3999 6 BC
In de synagoge van Kafarnaüm roept een man met een onreine geest luid uit wie Jezus is. Jezus beveelt de demon te zwijgen en hem te verlaten, waarop de demon de man met stuipen verlaat. De aanwezigen zijn verbaasd over Jezus' gezag.
Bijbelverzen
Mar 1:21-28
21En zij kwamen binnen Kapernaum; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij. 22En zij versloegen zich over Zijn leer; want Hij leerde hen, als machthebbende, en niet als de Schriftgeleerden. 23En er was in hun synagoge een mens, met een onreinen geest, en hij riep uit, 24Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener, zijt Gij gekomen om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. 25En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga uit van hem. 26En de onreine geest, hem scheurende, en roepende met een grote stem, ging uit van hem. 27En zij werden allen verbaasd, zodat zij onder elkander vraagden, zeggende: Wat is dit? Wat nieuwe leer is deze, dat Hij met macht ook den onreine geesten gebiedt, en zij Hem gehoorzaam zijn! 28En Zijn gerucht ging terstond uit, in het gehele omliggende land van Galilea.
Synoptische parallellen
Luc 4:31-37
31En Hij kwam af te Kapernaum, een stad van Galilea, en leerde hen op de sabbatdagen. 32En zij versloegen zich over Zijn leer, want Zijn woord was met macht. 33En in de synagoge was een mens, hebbende een geest eens onreinen duivels; en hij riep uit met grote stemme, 34Zeggende: Laat af, wat hebben wij met U te doen, Gij Jezus Nazarener? Zijt Gij gekomen, om ons te verderven? Ik ken U, wie Gij zijt, namelijk de Heilige Gods. 35En Jezus bestrafte hem, zeggende: Zwijg stil, en ga van hem uit. En de duivel, hem in het midden geworpen hebbende, voer van hem uit, zonder hem iets te beschadigen. 36En er kwam een verbaasdheid over allen; en zij spraken samen tot elkander, zeggende: Wat woord is dit, dat Hij met macht en kracht den onreinen geesten gebiedt, en zij varen uit? 37En het gerucht van Hem ging uit in alle plaatsen des omliggenden lands.