Vervloeking van de vijgenboom
Type:
Wonder
Categorie: Oordeel
Volgorde: 200
Jaar:
3999 6 BC
Jezus nadert een vijgenboom die vol bladeren is maar geen vruchten draagt en spreekt er een vloek over uit. De volgende ochtend is de boom van wortel tot top verdord, wat dient als teken van oordeel en aanleiding geeft tot onderwijs over geloof.
Bijbelverzen
Mat 21:18-22
18En des morgens vroeg, als Hij wederkeerde naar de stad, hongerde Hem. 19En ziende, een vijgeboom aan den weg, ging Hij naar hem toe, en vond niets aan denzelven, dan alleenlijk bladeren; en zeide tot hem: Uit u worde geen vrucht meer in der eeuwigheid! En de vijgeboom verdorde terstond. 20En de discipelen, dat ziende, verwonderden zich, zeggende: Hoe is de vijgeboom zo terstond verdord? 21Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij geloof hadt, en niet twijfeldet, gij zoudt niet alleenlijk doen, hetgeen den vijgeboom is geschied; maar indien gij ook tot deze berg zeidet: Word opgeheven en in de zee geworpen! het zou geschieden. 22En al wat gij zult begeren in het gebed, gelovende, zult gij ontvangen.
Synoptische parallellen
Mar 11:12-14
12En des anderen daags, als zij uit Bethanie gingen, hongerde Hem. 13En ziende van verre een vijgeboom, die bladeren had, ging Hij om te zien, of Hij ook iets op denzelven zou vinden; en daarbij gekomen zijnde, vond Hij niets dan bladeren; want het was de tijd der vijgen niet. 14En Jezus, antwoordende, zeide tot denzelven: Niemand ete enige vrucht meer van u in der eeuwigheid! En Zijn discipelen hoorden het.
Mar 11:20-24
20En des morgens vroeg voorbijgaande, zagen zij, dat de vijgeboom verdord was, van de wortelen af. 21En Petrus, zulks indachtig geworden zijnde, zeide tot Hem: Rabbi, zie, de vijgeboom, dien Gij vervloekt hebt, is verdord. 22En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Hebt geloof op God. 23Want voorwaar zeg Ik u, dat, zo wie tot dezen berg zal zeggen: Word opgeheven en in de zee geworpen; en niet zal twijfelen in zijn hart, maar zal geloven hetgeen hij zegt, geschieden zal, het zal hem geworden, zo wat hij zegt. 24Daarom zeg Ik u: Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden.