Broodvermenigvuldiging (4000 mannen)

Type: Wonder
Categorie: Natuurwonder
Volgorde: 195
Jaar: 3999 6 BC

Een menigte van vierduizend mannen is drie dagen bij Jezus gebleven en heeft niets meer te eten. Met zeven broden en een paar vissen voedt Jezus hen allen, en er blijven zeven manden vol restjes over.

Bijbelverzen

Mat 15:32-39
32En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide: Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare, omdat zij nu drie dagen bij Mij gebleven zijn, en hebben niet wat zij eten zouden; en Ik wil hen niet nuchteren van Mij laten, opdat zij op den weg niet bezwijken. 33En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Van waar zullen wij zovele broden in de woestijn bekomen, dat wij zulk een grote schare zouden verzadigen? 34En Jezus zeide tot hen: Hoevele broden hebt gij? Zij zeiden: Zeven, en weinige visjes. 35En Hij gebood den scharen neder te zitten op de aarde. 36En Hij nam de zeven broden en de vissen, en als Hij gedankt had, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen; en de discipelen gaven ze aan de schare. 37En zij aten allen en werden verzadigd, en zij namen op, het overschot der brokken, zeven volle manden. 38En die daar gegeten hadden, waren vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen. 39En de scharen van Zich gelaten hebbende, ging Hij in het schip, en kwam in de landpalen van Magdala.

Synoptische parallellen

Mar 8:1-10
1In dezelfde dagen, als er een geheel grote schare was, en zij niets hadden wat zij eten zouden, riep Jezus Zijn discipelen tot Zich, en zeide tot hen: 2Ik word innerlijk met ontferming bewogen over de schare; want zij zijn nu drie dagen bij Mij gebleven, en hebben niet, wat zij eten zouden. 3En indien Ik hen nuchteren naar hun huis laat gaan, zo zullen zij op den weg bezwijken; want sommigen van hen komen van verre. 4En Zijn discipelen antwoordden Hem: Van waar zal iemand dezen met broden hier in de woestijn kunnen verzadigen? 5En Hij vraagde hun: Hoeveel broden hebt gij? En zij zeiden: Zeven. 6En Hij gebood de schare neder te zitten op de aarde, en Hij nam de zeven broden, en gedankt hebbende, brak Hij ze, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorleggen; en zij legden ze de schare voor. 7En zij hadden weinige visjes; en als Hij gezegend had, zeide Hij, dat zij ook die zouden voorleggen. 8En zij hebben gegeten, en zijn verzadigd geworden, en zij namen het overschot der brokken op, zeven manden. 9Die nu gegeten hadden, waren omtrent vier duizend; en Hij liet hen gaan. 10En terstond in het schip gegaan zijnde met Zijn discipelen, is Hij gekomen in de delen van Dalmanutha.