Jezus loopt over het water
Type:
Wonder
Categorie: Natuurwonder
Volgorde: 193
Jaar:
3999 6 BC
Terwijl de discipelen 's nachts roeien op het meer, komt Jezus naar hen toe lopend over het water. Petrus stapt ook uit de boot maar begint te zinken wanneer zijn geloof wankelt; Jezus grijpt hem en samen stappen zij in de boot, waarop de storm bedaart.
Bijbelverzen
Mat 14:22-33
22En terstond dwong Jezus Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor Hem af te varen naar de andere zijde, terwijl Hij de scharen van Zich zou laten. 23En als Hij nu de scharen van Zich gelaten had, klom Hij op den berg alleen, om te bidden. En als het nu avond was geworden, zo was Hij daar alleen. 24En het schip was nu midden in de zee, zijnde in nood van de baren; want de wind was hun tegen. 25Maar ter vierde wake des nachts kwam Jezus af tot hen, wandelende op de zee. 26En de discipelen, ziende Hem op de zee wandelen, werden ontroerd, zeggende: Het is een spooksel! En zij schreeuwden van vrees. 27Maar terstond sprak Jezus hen aan, zeggende: Zijt goedsmoeds, Ik ben het, vreest niet. 28En Petrus antwoordde Hem, en zeide: Heere! indien Gij het zijt, zo gebied mij tot U te komen op het water. 29En Hij zeide: Kom. En Petrus klom neder van het schip, en wandelde op het water, om tot Jezus te komen. 30Maar ziende den sterken wind, werd hij bevreesd, en als hij begon neder te zinken, riep hij, zeggende: Heere, behoud mij! 31En Jezus, terstond de hand uitstekende, greep hem aan, en zeide tot hem: Gij kleingelovige! waarom hebt gij gewankeld? 32En als zij in het schip geklommen waren, stilde de wind. 33Die nu in het schip waren, kwamen en aanbaden Hem, zeggende: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon!
Synoptische parallellen
Mar 6:45-52
45En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan, en voor henen te varen aan de andere zijde tegen over Bethsaida, terwijl Hij de schare van Zich zou laten. 46En als Hij aan dezelve hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden. 47En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land. 48En Hij zag, dat zij zich zeer pijnigden, om het schip voort te krijgen; want de wind was hun tegen; en omtrent de vierde wake des nachts, kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hen voorbijgaan. 49En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden, dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer; 50Want zij zagen Hem allen, en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen, en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het; vreest niet. 51En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven, en waren verwonderd. 52Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.
Joh 6:16-21
16En als het avond geworden was, gingen Zijn discipelen af naar de zee. 17En in het schip gegaan zijnde, kwamen zij over de zee naar Kapernaum. En het was alrede duister geworden, en Jezus was tot hen niet gekomen. 18En de zee verhief zich, overmits er een grote wind waaide. 19En als zij omtrent vijf en twintig of dertig stadien gevaren waren, zagen zij Jezus, wandelende op de zee, en komende bij het schip; en zij werden bevreesd. 20Maar Hij zeide tot hen: Ik ben het; zijt niet bevreesd. 21Zij hebben dan Hem gewilliglijk in het schip genomen; en terstond kwam het schip aan het land, daar zij naar toe voeren.