Zifieten verraden Davids schuilplaats aan Saul

David schrijft deze psalm wanneer de Zifieten aan Saul melden: 'Verbergt zich David niet bij ons?' David roept God aan om hem door Zijn Naam te verlossen en door Zijn macht recht te doen. Hij vertrouwt dat God zijn vijanden het kwaad zal vergelden en dankt de HEERE voor redding uit alle benauwdheid.

Jaar
2703 1302 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Ps 54:1-9
1Een onderwijzing van David, voor den opperzangmeester, op de Neginoth; 2Als de Zifieten gekomen waren, en tot Saul gezegd hadden: Verbergt zich David niet bij ons? 3O God! verlos mij door Uw Naam, en doe mij recht door Uw macht. 4O God! hoor mijn gebed; neig de oren tot de redenen mijns monds. 5Want vreemden staan tegen mij op, en tirannen zoeken mijn ziel; zij stellen God niet voor hun ogen. Sela. 6Ziet, God is mij een Helper; de Heere is onder degenen, die mijn ziel ondersteunen. 7Hij zal dit kwaad mijn verspieders vergelden; roei hen uit door Uw waarheid. Ik zal U met vrijwilligheid offeren; ik zal Uw Naam, o HEERE! loven, want Hij is goed. ] [ (Psalms 54:9) Want Hij heeft mij gered uit alle benauwdheid; en mijn oog heeft gezien op mijn vijanden.