Zalving te Bethanië
En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon den melaatsche, daar Hij aan tafel zat, kwam eene vrouw hebbende eene albasten fles met zalf van onvervalschten nardus, van grooten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot zij die op Zijn hoofd. En Jezus zeide: Laat haar geworden; zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. Zij heeft Mijn lichaam vooraf gezalfd tot eene begrafenis.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Bijbelverzen
Mar 14:1-9
1En het pascha, en het feest der ongehevelde broden was na twee dagen. En de overpriesters en de Schriftgeleerden zochten, hoe zij Hem met listigheid vangen en doden zouden. 2Maar zij zeiden: Niet in het feest, opdat niet misschien oproer onder het volk worde. 3En als Hij te Bethanie was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. 4En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? 5Want dezelve had kunnen boven de driehonderd penningen verkocht, en die den armen gegeven worden; en zij vergrimden tegen haar. 6Maar Jezus zeide: Laat af van haar; wat doet gij haar moeite aan? Zij heeft een goed werk aan Mij gewrocht. 7Want de armen hebt gij altijd met u, en wanneer gij wilt, kunt gij hun weldoen; maar Mij hebt gij niet altijd. 8Zij heeft gedaan, hetgeen zij kon; zij is voorgekomen, om Mijn lichaam te zalven, tot een voorbereiding ter begrafenis. 9Voorwaar zeg Ik u: Alwaar dit Evangelie gepredikt zal worden in de gehele wereld, daar zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden, van hetgeen zij gedaan heeft.