Welvaart en vrede onder Salomo
Juda en Israël zijn talrijk als het zand aan de zee, etende, drinkende en blijde. Salomo heerst van de Rivier tot aan Egypte. Elke man zit onder zijn wijnstok en vijgenboom.
Jaar
2751 1254 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
1 Kon 4:20-28
20Juda nu en Israel waren velen, als zand, dat aan de zee is in menigte, etende, en drinkende, en blijde zijnde. 21En Salomo was heersende over al de koninkrijken, van de rivier tot het land der Filistijnen, en tot aan de landpale van Egypte; die brachten geschenken, en dienden Salomo al de dagen zijns levens. 22De spijze nu van Salomo was voor een dag, dertig kor meelbloem, en zestig kor meel; 23Tien vette runderen, en twintig weiderunderen, en honderd schapen; uitgenomen de herten, en reeen, en buffelen, en gemeste vogelen. 24Want hij had heerschappij over al wat op deze zijde der rivier was van Thifsah tot aan Gaza, over alle koningen op deze zijde der rivier; en hij had vrede van al zijn zijden rondom. 25En Juda en Israel woonden zeker, een iegelijk onder zijn wijnstok en onder zijn vijgeboom, van Dan tot Ber-seba, al de dagen van Salomo. 26Salomo had ook veertig duizend paardenstallen tot zijn wagenen, en twaalf duizend ruiteren. 27Die bestelmeesters nu, een ieder op zijn maand, verzorgden den koning Salomo, en al degenen, die tot de tafel van den koning Salomo naderden; zij lieten geen ding ontbreken. 28De gerst nu en het stro voor de paarden, en voor de snelle kemelen, brachten zij aan de plaats, waar hij was, een iegelijk naar zijn last.