Waarschuwing voor het zuurdeeg der Farizeeën en Sadduceën
De Farizeeën en Sadduceën verzoeken Jezus om een teken uit den hemel. Hij weigert en waarschuwt de discipelen voor het zuurdeeg der Farizeeën en Sadduceën, waarmede Hij hun leer bedoelt.
Jaar
4033 29 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 16:1-12
1En de Farizeen en Sadduceen tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou tonen. 2Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood; 3En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden? 4Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg. 5En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen. 6En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen. 7En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben. 8En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! dat gij geen broden mede genomen hebt? 9Verstaat gij nog niet? en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt? 10Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt? 11Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeen en Sadduceen. 12Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van den zuurdesem des broods, maar van de leer der Farizeen en Sadduceen?