Vraag der Sadduceën over de opstanding
De Sadduceën, die zeggen dat er geen opstanding is, stellen Jezus een vraag over een vrouw die achtereenvolgens met zeven broeders getrouwd was. Jezus antwoordt: In de opstanding nemen zij niet ten huwelijk. God is niet een God der doden maar der levenden.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 22:23-33
23Te dienzelfden dage kwamen tot Hem de Sadduceen, die zeggen, dat er geen opstanding is, en vraagden Hem, 24Zeggende: Meester! Mozes heeft gezegd: Indien iemand sterft, geen kinderen hebbende, zo zal zijn broeder deszelfs vrouw trouwen, en zijn broeder zaad verwekken. 25Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste, een vrouw getrouwd hebbende, stierf; en dewijl hij geen zaad had, zo liet hij zijn vrouw voor zijn broeder. 26Desgelijks ook de tweede, en de derde, tot de zevende toe. 27Ten laatste na allen, is ook de vrouw gestorven. 28In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij wezen van die zeven, want zij hebben ze allen gehad? 29Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods. 30Want in de opstanding nemen zij niet ten huwelijk, noch worden ten huwelijk uitgegeven; maar zij zijn als engelen Gods in de hemel. 31En wat aangaat de opstanding der doden, hebt gij niet gelezen, hetgeen van God tot ulieden gesproken is, Die daar zegt: 32Ik ben de God Abrahams, en de God Izaks, en de God Jakobs! God is niet een God der doden, maar der levenden. 33En de scharen, dit horende, werden verslagen over Zijn leer.