Verovering van Jeruzalem (Sion)

David trekt op tegen de Jebusieten en verovert de burcht Sion, die de stad Davids wordt. Joab klimt als eerste via de watergang omhoog.

Jaar
2712 1293 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

2 Sam 5:6-10
6En de koning toog met zijn mannen naar Jeruzalem, tegen de Jebusieten, die in dat land woonden. En zij spraken tot David, zeggende: Gij zult hier niet inkomen, maar de blinden en kreupelen zullen u afdrijven; dat is te zeggen: David zal hier niet inkomen. 7Maar David nam den burg Sion in; dezelve is de stad Davids. 8Want David zeide ten zelven dage: Al wie de Jebusieten slaat, en geraakt aan die watergoot, en die kreupelen, en die blinden, die van Davids ziel gehaat zijn, die zal tot een hoofd en tot een overste zijn; daarom zegt men: Een blinde en kreupele zal in het huis niet komen. 9Alzo woonde David in den burg en noemde dien Davids stad. En David bouwde rondom van Millo af en binnenwaarts. 10David nu ging geduriglijk voort, en werd groot; want de HEERE, de God der heirscharen, was met hem.