Uitsluiting van Ammonieten en Moabieten uit de vergadering
Geen Ammoniet of Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen, tot in het tiende geslacht, omdat zij Israël niet met brood en water tegemoet kwamen en Bileam huurden om hen te vervloeken. Maar God keerde de vloek in zegen. Edomieten en Egyptenaren worden in het derde geslacht wel toegelaten.
Jaar
2310 1695 BC
Bijbelverzen
Deut 23:1-8
1Die door plettering verwond of uitgesneden is aan de mannelijkheid, zal in de vergadering des HEEREN niet komen. 2Geen bastaard zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs zijn tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen. 3Geen Ammoniet, noch Moabiet zal in de vergadering des HEEREN komen; zelfs hun tiende geslacht zal in de vergadering des HEEREN niet komen tot in eeuwigheid. 4Ter oorzake dat zij ulieden op den weg niet tegengekomen zijn met brood en met water, als gij uit Egypte uittoogt; en omdat hij tegen u gehuurd heeft Bileam, den zoon van Beor, van Pethor uit Mesopotamie, om u te vloeken. 5Doch de HEERE, uw God, heeft naar Bileam niet willen horen; maar de HEERE, uw God, heeft u den vloek in een zegen veranderd, omdat de HEERE, uw God, u liefhad. 6Gij zult hun vrede en hun best niet zoeken, al uw dagen in eeuwigheid. 7Den Edomiet zult gij voor geen gruwel houden, want hij is uw broeder; den Egyptenaar zult gij voor geen gruwel houden want gij zijt een vreemdeling geweest in zijn land. 8Aangaande de kinderen, die hun zullen geboren worden in het derde geslacht, elk van die zal in de vergadering des HEEREN komen.