Twist over de overlevering der ouden en reinheid

Farizeeën uit Jeruzalem klagen dat Jezus' discipelen de handen niet wassen. Jezus bestraft hun huichelarij: zij overtreden Gods gebod ter wille van hun overlevering. Niet wat den mond ingaat maar wat den mond uitgaat verontreinigt den mens.

Jaar
4033 29 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Mat 15:1-20
1Toen kwamen tot Jezus enige Schriftgeleerden en Farizeen, die van Jeruzalem waren, zeggende: 2Waarom overtreden Uw discipelen de inzetting der ouden? Want zij wassen hun handen niet, wanneer zij brood zullen eten. 3Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Waarom overtreedt ook gij het gebod Gods, door uw inzetting? 4Want God heeft geboden, zeggende: Eert uwen vader en moeder, en: Wie vader of moeder vloekt, die zal de dood sterven. 5Maar gij zegt: Zo wie tot vader of moeder zal zeggen: Het is een gave, zo wat u van mij zou kunnen ten nutte komen; en zijn vader of zijn moeder geenszins zal eren, die voldoet. 6En gij hebt alzo Gods gebod krachteloos gemaakt door uw inzetting. 7Gij geveinsden! Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende: 8Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij; 9Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn. 10En als Hij de schare tot Zich geroepen had, zeide Hij tot hen: Hoort en verstaat. 11Hetgeen ten monde ingaat, ontreinigt den mens niet; maar hetgeen ten monde uitgaat, dat ontreinigt den mens. 12Toen kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden tot Hem: Weet Gij wel, dat de Farizeen deze rede horende, geergerd zijn geweest? 13Maar Hij, antwoordende zeide: Alle plant, die Mijn hemelse Vader niet geplant heeft, zal uitgeroeid worden. 14Laat hen varen; zij zijn blinde leidslieden der blinden. Indien nu de blinde den blinde leidt, zo zullen zij beiden in de gracht vallen. 15En Petrus, antwoordende, zeide tot Hem: Verklaar ons deze gelijkenis. 16Maar Jezus zeide: Zijt ook gijlieden alsnog onwetende? 17Verstaat gij nog niet, dat al wat ten monde ingaat, in de buik komt, en in de heimelijkheid wordt uitgeworpen? 18Maar die dingen, die ten monde uitgaan, komen voort uit het hart, en dezelve ontreinigen den mens. 19Want uit het hart komen voort boze bedenkingen, doodslagen, overspelen, hoererijen, dieverijen, valse getuigenissen, lasteringen. 20Deze dingen zijn het, die den mens ontreinigen; maar het eten met ongewassen handen ontreinigt den mens niet.