Thomas ziet en gelooft — Mijn Heere en mijn God

Thomas, een der twaalven, is er niet bij als Jezus komt. De anderen zeggen: Wij hebben den Heere gezien. Thomas zegt: Indien ik in Zijn handen niet zie het teeken der nagelen en mijn vinger niet steek in het teeken der nagelen, ik zal geenszins geloven. Na acht dagen staat Jezus wederom in hun midden. Hij zegt tot Thomas: Breng uw vinger hier en zie Mijne handen; breng uwe hand en steek ze in Mijne zijde, en wees niet ongeloovig maar geloovig. Thomas antwoordt: Mijn Heere en mijn God!

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Joh 20:24-29
24En Thomas, een van de twaalven, gezegd Didymus, was met hen niet, toen Jezus daar kwam. 25De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben den Heere gezien. Doch hij zeide tot hen: Indien ik in Zijn handen niet zie het teken der nagelen, en mijn vinger steke in het teken der nagelen, en steke mijn hand in Zijn zijde, ik zal geenszins geloven. 26En na acht dagen waren Zijn discipelen wederom binnen, en Thomas met hen; en Jezus kwam, als de deuren gesloten waren, en stond in het midden, en zeide: Vrede zij ulieden! 27Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand, en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. 28En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God! 29Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, Thomas, zo hebt gij geloofd; zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben, en nochtans zullen geloofd hebben.