Terugkeer naar Jeruzalem en gebed in de opperzaal

De apostelen keeren weder naar Jeruzalem en gaan op in de opperzaal, waar zij eendrachtelijk volharden in het bidden en smeeken, met de vrouwen, en Maria de moeder van Jezus, en met Zijne broederen.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 1:12-14
12Toen keerden zij wederom naar Jeruzalem, van den berg, die genaamd wordt de Olijf berg, welke is nabij Jeruzalem, liggende van daar een sabbatsreize. 13En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus, en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Mattheus, Jakobus, de zoon van Alfeus, en Simon Zelotes, en Judas, de broeder van Jakobus. 14Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.