Steniging van Stefanus, de eerste martelaar

Zij stoppen hunne ooren toe, stormen eendrachtelijk op hem aan, werpen hem ter stad uit en steenigen hem. Stefanus roept uit: Heere Jezus, ontvang mijnen geest, en: Heere, reken hun deze zonde niet toe. De getuigen leggen hunne kleederen af aan de voeten van eenen jongeling genaamd Saulus.

Jaar
4035 31 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 7:54-60
54Als zij nu dit hoorden, berstten hun harten, en zij knersten de tanden tegen hem. 55Maar hij, vol zijnde des Heiligen Geestes, en de ogen houdende naar den hemel, zag de heerlijkheid Gods, en Jezus, staande ter rechter hand Gods. 56En hij zeide: Ziet, ik zie de hemelen geopend, en den Zoon des mensen, staande ter rechter hand Gods. 57Maar zij, roepende met grote stemme, stopten hun oren, en vielen eendrachtelijk op hem aan; 58En wierpen hem ter stad uit, en stenigden hem; en de getuigen legden hun klederen af aan de voeten eens jongelings, genaamd Saulus. 59En zij stenigden Stefanus, aanroepende en zeggende: Heere Jezus, ontvang mijn geest. 60En vallende op de knieen, riep hij met grote stem: Heere, reken hun deze zonde niet toe! En als hij dat gezegd had, ontsliep hij.