Spijziging van de vijfduizend

En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijne discipelen tot Hem en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag; laat hen van U, opdat zij in de omliggende dorpen en vlekken brood voor zichzelven mogen koopen. Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij namen de vijf brooden en de twee visschen, en opwaarts ziende naar den hemel, zegende Hij en brak de brooden en gaf ze Zijnen discipelen. En die daar gegeten hadden waren omtrent vijf duizend mannen.

Jaar
4033 29 AD

Personen

Bijbelverzen

Mar 6:30-44
30En de apostelen kwamen weder tot Jezus, en boodschapten Hem alles, beide wat zij gedaan hadden, en wat zij geleerd hadden. 31En Hij zeide tot hen: Komt gijlieden in een woeste plaats hier alleen, en rust een weinig; want er waren velen, die kwamen en die gingen, en zij hadden zelfs geen gelegen tijd om te eten. 32En zij vertrokken in een schip, naar een woeste plaats, alleen. 33En de scharen zagen hen heenvaren, en velen werden Hem kennende, en liepen gezamenlijk te voet van alle steden derwaarts, en kwamen hun voor, en gingen samen tot Hem. 34En Jezus, uitgaande, zag een grote schare, en werd innerlijk met ontferming bewogen over hen; want zij waren als schapen, die geen herder hebben; en Hij begon hun vele dingen te leren. 35En als het nu laat op den dag geworden was, kwamen Zijn discipelen tot Hem, en zeiden: Deze plaats is woest, en het is nu laat op den dag; 36Laat ze van U, opdat zij heengaan in de omliggende dorpen en vlekken, en broden voor zichzelven mogen kopen; want zij hebben niet, wat zij eten zullen. 37Maar Hij, antwoordende, zeide tot hen: Geeft gij hun te eten. En zij zeiden tot Hem: Zullen wij heengaan, en kopen voor tweehonderd penningen brood, en hun te eten geven? 38En Hij zeide tot hen: Hoeveel broden hebt gij? Gaat heen en beziet het. En toen zij het vernomen hadden, zeiden zij: Vijf, en twee vissen. 39En Hij gebood hun, dat zij hen allen zouden doen nederzitten bij waardschappen, op het groene gras. 40En zij zaten neder in gedeelten bij honderd te zamen, en bij vijftig te zamen. 41En als Hij de vijf broden en de twee vissen genomen had, zag Hij op naar den hemel, zegende en brak de broden, en gaf ze Zijn discipelen, opdat zij ze hun zouden voorleggen, en de twee vissen deelde Hij voor allen. 42En zij aten allen, en zijn verzadigd geworden. 43En zij namen op twaalf volle korven brokken, en van de vissen. 44En die daar de broden gegeten hadden, waren omtrent vijf duizend mannen.