Simon de toovenaar wil de gave Gods met geld koopen
Simon biedt den apostelen geld aan en zegt: Geeft ook mij deze macht. Petrus antwoordt: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt dat de gave Gods door geld verkregen wordt. Uw hart is niet recht voor God; bekeer u dan.
Jaar
4035 31 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Hand 8:18-24
18En als Simon zag, dat, door de oplegging van de handen der apostelen de Heilige Geest gegeven werd, zo bood hij hun geld aan, 19Zeggende: Geeft ook mij deze macht, opdat, zo wien ik de handen opleg, hij den Heiligen Geest ontvange. 20Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt! 21Gij hebt geen deel noch lot in dit woord: want uw hart is niet recht voor God. 22Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven wierd. 23Want ik zie, dat gij zijt in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid. 24Doch Simon, antwoordende, zeide: Bidt gijlieden voor mij tot den Heere, opdat niets over mij kome van hetgeen gij gezegd hebt.