Sauls oorlogen aan alle kanten

Saul bevestigt zijn koningschap over Israël en strijdt rondom tegen al zijn vijanden: Moab, Ammon, Edom, de koningen van Zoba en de Filistijnen. Overal waar hij zich wendt, straft hij. Zijn legeroverste is Abner, de zoon van Ner.

Jaar
2716 1289 BC

Personen

Bijbelverzen

1 Sam 14:47-52
47Toen nam Saul het koninkrijk over Israel in; en hij streed rondom tegen al zijn vijanden, tegen Moab, en tegen de kinderen Ammons, en tegen Edom, en tegen de koningen van Zoba, en tegen de Filistijnen; en overal, waar hij zich wendde, oefende hij straf. 48En hij handelde dapper, en hij sloeg de Amalekieten, en hij redde Israel uit de hand desgenen, die hem beroofde. 49De zonen van Saul nu waren: Jonathan, en Isvi, en Malchi-sua; en de namen zijner twee dochteren waren deze: de naam der eerstgeborenen was Merab, en de naam der kleinste Michal. 50En de naam van Sauls huisvrouw was Ahinoam, een dochter van Ahimaaz; en de naam van zijn krijgsoverste was Abner, een zoon van Ner, Sauls oom. 51En Kis was Sauls vader, en Ner, Abners vader, was een zoon van Abiel. 52En er was een sterke krijg tegen de Filistijnen al de dagen van Saul; daarom alle helden en alle kloeke mannen, die Saul zag, die vergaderde hij tot zich.