Roeping van Zacharia en oproep tot bekering

In de achtste maand van het tweede jaar van Darius geschiedt het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, zoon van Iddo. God roept: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot u keren.

Jaar
3241 764 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Zach 1:1-6
1In de achtste maand, in het tweede jaar van Darius, geschiedde het woord des HEEREN tot Zacharia, den zoon van Berechja, den zoon van Iddo, den profeet, zeggende: 2De HEERE is zeer vertoornd geweest tegen uw vaderen. 3Daarom zeg tot hen: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Keert weder tot Mij, spreekt de HEERE der heirscharen, zo zal Ik weder tot ulieden keren, zegt de HEERE der heirscharen. 4Weest niet als uw vaderen, tot dewelke de vorige profeten riepen, zeggende: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Bekeert u toch van uw boze wegen, en uw boze handelingen; maar zij hoorden niet, en zij luisterden niet naar Mij, spreekt de HEERE. 5Uw vaderen, waar zijn die? En de profeten, zullen zij in eeuwigheid leven? 6Nochtans Mijn woorden en Mijn inzettingen, die Ik Mijn knechten, den profeten, geboden had, hebben zij uw vaders niet getroffen? zodat zij wederkerende zeiden: Gelijk als de HEERE der heirscharen gedacht heeft ons te doen, naar onze wegen en naar onze handelingen, alzo heeft Hij met ons gedaan.