Reiniging van de tempel
En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus in den tempel ingegaan zijnde, begon degenen die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars en de zitstoelen dergenen die de duiven verkochten, keerde Hij om. En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen den volken? Maar gij hebt het tot een kuil der moordenaren gemaakt.
Jaar
4034 30 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mar 11:15-19
15En zij kwamen te Jeruzalem; en Jezus, in den tempel gegaan zijnde, begon degenen, die in den tempel verkochten en kochten, uit te drijven; en de tafelen der wisselaars, en de zitstoelen dergenen, die de duiven verkochten, keerde Hij om; 16En liet niet toe, dat iemand enig vat door den tempel droeg. 17En Hij leerde, zeggende tot hen: Is er niet geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden allen volken? Maar gij hebt dat tot een kuil der moordenaren gemaakt. 18En de Schriftgeleerden en de overpriesters hoorden dat, en zochten, hoe zij Hem doden zouden; want zij vreesden Hem, omdat de ganse schare ontzet was over Zijn leer. 19En als het nu laat geworden was, ging Hij uit buiten de stad.