Register van de families die met Ezra terugkeerden
Lijst van de familiehoofden die met Ezra optrekken uit Babel: priesters, nakomelingen van David, en families uit diverse stammen, in totaal ongeveer 1.500 mannen.
Jaar
3303 702 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Ezra 8:1-14
1Dit nu zijn de hoofden hunner vaderen, met hun geslachtsrekening, die met mij uit Babel optogen, onder het koninkrijk van den koning Arthahsasta. 2Van de kinderen van Pinehas, Gersom; van de kinderen van Ithamar, Daniel; van de kinderen van David, Hattus. 3Van de kinderen van Sechanja, van de kinderen van Paros, Zacharja; en met hem werden bij geslachtsregisters gerekend, aan manspersonen, honderd en vijftig. 4Van de kinderen van Pahath-Moab, Eljehoenai, van de zoon van Zerahja; en met hem tweehonderd manspersonen. 5Van de kinderen van Sechanja, de zoon van Jahaziel; en met hem driehonderd manspersonen. 6En van de kinderen van Adin, Ebed, de zoon van Jonathan; en met hem vijftig manspersonen. 7En van de kinderen van Elam, Jesaja, de zoon van Athalja; en met hem zeventig manspersonen. 8En van de kinderen van Sefatja, Zebadja, de zoon van Michael; en met hem tachtig manspersonen. 9En van de kinderen van Joab, Obadja, de zoon van Jehiel; en met hem tweehonderd en achttien manspersonen. 10En van de kinderen van Selomith, de zoon van Josifja; en met hem honderd en zestig manspersonen. 11En van de kinderen van Babai, Zacharja, de zoon van Bebai; en met hem acht en twintig manspersonen. 12En van de kinderen van Azgad, Johanan, de zoon van Katan; en met hem honderd en tien manspersonen. 13En van de laatste kinderen van Adonikam, welker namen deze waren: Elifelet, Jehiel, en Semaja; en met hen zestig manspersonen. 14En van de kinderen van Bigvai, Uthai en Zabbud; en met hen zeventig manspersonen.