Profetie over het huis des HEEREN op de berg

Jesaja profeteert dat in het laatste der dagen de berg van het huis des HEEREN vast zal staan op den top der bergen, en alle heidenen zullen daarheen toevloeien. De HEERE zal richten onder de heidenen en de volken zullen hun zwaarden slaan tot spaden.

Jaar
3021 984 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Jes 2:1-5
1Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. 2En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. 3En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. 4En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren. 5Komt, gij huis van Jakob, en laat ons wandelen in het licht des HEEREN.