Prediking en vervolging te Ikónium

Te Ikónium gaan zij samen in de synagoge der Joden en spreken zóó dat eene groote menigte van Joden en Grieken gelooft. Maar de ongehoorzame Joden porren de zielen der heidenen op. Er ontstaat een beweging om hen te mishandelen en te steenigen, en zij vluchten naar Lystre en Derbe.

Jaar
4051 47 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Hand 14:1-7
1En het geschiedde te Ikonium, dat zij te zamen gingen in de synagoge der Joden, en alzo spraken, dat een grote menigte, beiden van Joden en Grieken, geloofde. 2Maar de Joden, die ongehoorzaam waren, verwekten en verbitterden de zielen der heidenen tegen de broeders. 3Zij verkeerden dan aldaar een langen tijd, vrijmoediglijk sprekende in den Heere, Die getuigenis gaf aan het Woord Zijner genade, en gaf, dat tekenen en wonderen geschiedden door hun handen. 4En de menigte der stad werd verdeeld, en sommigen waren met de Joden, en sommigen met de apostelen. 5En als er een oploop geschiedde, beiden van heidenen en van Joden, met hun oversten, om hun smaadheid aan te doen, en hen te stenigen, 6Zijn zij, alles overlegd hebbende, gevlucht naar de steden van Lykaonie, namelijk Lystre en Derbe, en het omliggende land; 7En verkondigden aldaar het Evangelie.