Petrus predikt in het huis van Cornelius
Petrus opent zijnen mond en zegt: Ik verneem in waarheid dat God geen aannemer des persoons is, maar in alle volken is die Hem vreest en gerechtigheid werkt, Hem aangenaam. Hij verkondigt Jezus' dood en opstanding en dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal.
Jaar
4040 36 AD
Bijbelverzen
Hand 10:34-43
34En Petrus, den mond opendoende, zeide: Ik verneem in der waarheid, dat God geen aannemer des persoons is; 35Maar in allen volke, die Hem vreest en gerechtigheid werkt, is Hem aangenaam. 36Dit is het woord, dat Hij gezonden heeft den kinderen Israels, verkondigende vrede door Jezus Christus; deze is een Heere van allen. 37Gijlieden weet de zaak, die geschied is door geheel Judea, beginnende van Galilea, na den doop, welken Johannes gepredikt heeft; 38Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem. 39En wij zijn getuigen van al hetgeen Hij gedaan heeft, beide in het Joodse land en te Jeruzalem; Welken zij gedood hebben, Hem hangende aan het hout. 40Dezen heeft God opgewekt ten derden dage, en gegeven, dat Hij openbaar zou worden; 41Niet al den volke, maar den getuigen, die van God te voren verkoren waren, ons namelijk, die met Hem gegeten en gedronken hebben, nadat Hij uit de doden opgestaan was. 42En heeft ons geboden den volke te prediken, en te betuigen, dat Hij is Degene, Die van God verordend is tot een Rechter van levenden en doden. 43Dezen geven getuigenis al de profeten, dat een iegelijk, die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam.