Petrus komt bij het huis van Maria, moeder van Markus
Petrus gaat naar het huis van Maria, de moeder van Johannes die Markus genaamd wordt, waar velen vergaderd en biddende zijn. De dienstmaagd Rhodé herkent zijn stem maar opent de poort niet van blijdschap. Zij meenen dat het zijn engel is, maar Petrus blijft kloppen.
Jaar
4048 44 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Hand 12:12-17
12En als hij alles overlegd had, ging hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, die toegenaamd was Markus, alwaar velen samenvergaderd en biddende waren. 13En als Petrus aan de deur van de voorpoort klopte, kwam een dienstmaagd voor om te luisteren, met name Rhode. 14En zij de stem van Petrus bekennende, deed van blijdschap de voorpoort niet open, maar liep naar binnen en boodschapte, dat Petrus voor aan de voorpoort stond. 15En zij zeiden tot haar: Gij raast. Doch zij bleef er sterk bij, dat het alzo was. En zij zeiden: Het is zijn engel. 16Maar Petrus bleef kloppende: en als zij opengedaan hadden, zagen zij hem, en ontzetten zich. 17En als hij hen met de hand gewenkt had, dat zij zwijgen zouden, verhaalde hij hun, hoe hem de Heere uit de gevangenis uitgeleid had, en zeide: Boodschapt dit aan Jakobus en de broederen. En hij uitgegaan zijnde, reisde naar een andere plaats.