Petrus' gezicht van het laken met onreine dieren

Petrus ziet den hemel geopend en een zeker vat tot hem nederdalen als een groot linnen laken, gebonden aan de vier hoeken en neergelaten op de aarde, waarin al de viervoetige dieren der aarde en de wilde en de kruipende dieren en de vogelen des hemels zijn. Eene stem zegt: Sta op, Petrus, slacht en eet. Petrus weigert, maar de stem zegt: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken.

Jaar
4040 36 AD

Personen

Bijbelverzen

Hand 10:9-16
9En des anderen daags, terwijl deze reisden, en nabij de stad kwamen, klom Petrus op het dak, om te bidden, omtrent de zesde ure. 10En hij werd hongerig, en begeerde te eten. En terwijl zij het bereidden, viel over hem een vertrekking van zinnen. 11En hij zag den hemel geopend, en een zeker vat tot hem nederdalen, gelijk een groot linnen laken, aan de vier hoeken gebonden, en nedergelaten op de aarde; 12In hetwelk waren al de viervoetige dieren der aarde, en de wilde, en de kruipende dieren, en de vogelen des hemels. 13En er geschiedde een stem tot hem: Sta op, Petrus! slacht en eet. 14Maar Petrus zeide: Geenszins, Heere! want ik heb nooit gegeten iets, dat gemeen of onrein was. 15En een stem geschiedde wederom ten tweeden male tot hem: Hetgeen God gereinigd heeft, zult gij niet gemeen maken. 16En dit geschiedde tot drie maal; en het vat werd wederom opgenomen in den hemel.