Paulus' voornemen om Rome te bezoeken
Paulus schrijft aan de gemeente te Rome dat hij dikwijls voorgenomen heeft tot hen te komen, maar tot nog toe verhinderd is geweest. Hij verlangt ernaar hen te zien om enige geestelijke gave mede te delen.
Jaar
4061 57 AD
Personen
Bijbelverzen
Rom 1:10-15
10Allen tijd in mijn gebeden biddende, of mogelijk mij nog te eniger tijd goede gelegenheid gegeven werd, door den wil van God, om tot ulieden te komen. 11Want ik verlang om u te zien, opdat ik u enige geestelijke gave mocht mededelen, ten einde gij versterkt zoudt worden; 12Dat is, om mede vertroost te worden onder u, door het onderlinge geloof, zo het uwe als het mijne. 13Doch ik wil niet, dat u onbekend zij, broeders, dat ik menigmaal voorgenomen heb tot u te komen (en ben tot nog toe verhinderd geweest), opdat ik ook onder u enige vrucht zou hebben, gelijk als ook onder de andere heidenen. 14Beiden Grieken en Barbaren, beiden wijzen en onwijzen ben ik een schuldenaar. 15Alzo hetgeen in mij is, dat is volvaardig, om u ook, die te Rome zijt, het Evangelie te verkondigen.
Rom 15:22-29
22Waarom ik ook menigmaal verhinderd geweest ben tot u te komen. 23Maar nu geen plaats meer hebbende in deze gewesten, en van over vele jaren groot verlangen hebbende, om tot u te komen, 24Zo zal ik, wanneer ik naar Spanje reis, tot u komen; want ik hoop in het doorreizen u te zien, en van u derwaarts geleid te worden, als ik eerst van ulieder tegenwoordigheid eensdeels verzadigd zal zijn. 25Maar nu reis ik naar Jeruzalem, dienende de heiligen. 26Want het heeft dien van Macedonie en Achaje goed gedacht een gemene handreiking te doen aan de armen onder de heiligen, die te Jeruzalem zijn. 27Want het heeft hun zo goed gedacht; ook zijn zij hun schuldenaars; want indien de heidenen hunner geestelijke goederen deelachtig zijn geworden, zo zijn zij ook schuldig hen van lichamelijke goederen te dienen. 28Als ik dan dit volbracht, en hun deze vrucht verzegeld zal hebben, zo zal ik door ulieder stad naar Spanje afkomen. 29En ik weet, dat ik, tot u komende, met vollen zegen des Evangelies van Christus komen zal.