Opdracht aan de Overjordaanse stammen om mee te strijden
Mozes gebood de stammen Ruben, Gad en half Manasse dat hun vrouwen, kinderen en vee in het Overjordaanse mochten blijven, maar alle weerbare mannen gewapend voor hun broederen over de Jordaan moesten trekken, totdat het gehele land veroverd was.
Jaar
2310 1695 BC
Plaatsen
Bijbelverzen
Deut 3:18-22
18Voorts gebood ik ulieden ter zelfder tijd, zeggende: De HEERE, uw God, heeft u dit land gegeven om het te erven; allen dan, die strijdbare mannen zijt, trekt gewapend door voor het aangezicht van uw broederen, de kinderen Israels. 19Behalve uw vrouwen, en uw kinderkens, en uw vee (ik weet, dat gij veel vee hebt), zij zullen blijven in uw steden, die ik u gegeven heb; 20Totdat de HEERE uw broederen rust geve, gelijk ulieden, dat zij ook erven het land, dat de HEERE, uw God, hun geven zal aan gene zijde van de Jordaan; dan zult gij wederkeren, elk tot zijn erfenis, die ik u gegeven heb. 21Ook gebood ik Jozua ter zelfder tijd, zeggende: Uw ogen zien alles, wat de HEERE, ulieder God, aan deze twee koningen gedaan heeft; alzo zal de HEERE aan alle koninkrijken doen, naar welke gij henen doortrekt. 22Vreest ze niet; want de HEERE, uw God, strijdt voor ulieden.