Onderdrukking door Filistijnen en Ammonieten
Israël doet wederom kwaad en dient de Baäls, Astarten en de goden van Aram, Sidon, Moab, Ammon en de Filistijnen. De HEERE ontsteekt in toorn en verkoopt hen in de hand der Filistijnen en Ammonieten. De Ammonieten verdrukken Israël achttien jaren in het Overjordaanse.
Jaar
2660 1345 BC
Plaatsen
Bijbelverzen
Recht 10:6-9
6Toen voeren de kinderen Israels voort te doen, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en dienden de Baals, en Astharoth, en de goden van Syrie, en de goden van Sidon, en de goden van Moab, en de goden der kinderen Ammons, mitsgaders de goden der Filistijnen; en zij verlieten den HEERE, en dienden Hem niet. 7Zo ontstak de toorn des HEEREN tegen Israel; en Hij verkocht hen in de hand der Filistijnen, en in de hand der kinderen Ammons. 8En zij onderdrukten en vertraden de kinderen Israels in datzelve jaar; achttien jaren, onderdrukten zij al de kinderen Israels, die aan gene zijde van de Jordaan waren, in het land der Amorieten, dat in Gilead is. 9Daartoe togen de kinderen Ammons over de Jordaan, om te krijgen, zelfs tegen Juda, en tegen Benjamin, en tegen het huis van Efraim; zodat het Israel zeer bang werd.