Nehemia ontvangt bericht over Jeruzalems toestand

Hanani en andere mannen uit Juda berichten Nehemia, de schenker van koning Arthahsasta in Susan, dat de muur van Jeruzalem is afgebroken en de poorten verbrand. Nehemia rouwt, vast en bidt dagenlang.

Jaar
3315 690 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Neh 1:1-4
1De geschiedenissen van Nehemia, zoon van Hachalja. En het geschiedde in de maand Chisleu, in het twintigste jaar, als ik te Susan in het paleis was; 2Zo kwam Hanani, een van mijn broederen, hij en sommige mannen uit Juda, en ik vraagde hen naar de Joden, die ontkomen waren (die overgebleven waren van de gevangenis), en naar Jeruzalem. 3En zij zeiden tot mij: De overgeblevenen, die van de gevangenis aldaar in het landschap zijn overgebleven, zijn in grote ellende en in versmaadheid; en Jeruzalems muur is verscheurd, en haar poorten zijn met vuur verbrand. 4En het geschiedde, als ik deze woorden hoorde, zo zat ik neder, en weende, en bedreef rouw, enige dagen; en ik was vastende en biddende voor het aangezicht van den God des hemels.