Nebukadnezar verovert Jeruzalem — eerste deportatie
Nebukadnezar van Babel trekt op tegen Jeruzalem. Jojakim wordt zijn vazal maar rebelleert na drie jaar. God zendt benden Chaldeeën, Syriërs, Moabieten en Ammonieten tegen Juda.
Jaar
3156 849 BC
Personen
Bijbelverzen
2 Kon 24:1-7
1In zijn dagen toog Nebukadnezar, de koning van Babel, op, en Jojakim werd zijn knecht drie jaren; daarna keerde hij zich om, en rebelleerde tegen hem. 2En de HEERE zond tegen hem de benden der Chaldeen, en de benden der Syriers, en de benden der Moabieten, en de benden der kinderen Ammons, en zond hen tegen Juda, om dat te verderven, naar het woord des HEEREN, dat Hij gesproken had door den dienst Zijner knechten, de profeten. 3Zekerlijk geschiedde dit naar het bevel des HEEREN tegen Juda, dat Hij hen van Zijn aangezicht wegdeed, om de zonden van Manasse, naar alles, wat hij gedaan had; 4Als ook om het onschuldig bloed, dat hij vergoten had, zodat hij Jeruzalem met onschuldig bloed vervuld had; daarom wilde de HEERE niet vergeven. 5Het overige nu der geschiedenissen van Jojakim, en al wat hij gedaan heeft, is dat niet geschreven in het boek der kronieken der koningen van Juda? 6En Jojakim ontsliep met zijn vaderen; en zijn zoon Jojachin werd koning in zijn plaats. 7De koning nu van Egypte toog voortaan niet meer uit zijn land; want de koning van Babel had, van de rivier van Egypte af tot aan de rivier Frath, ingenomen al wat van den koning van Egypte was.