Mozes' smeekbede om het land te mogen binnengaan
Mozes smeekte God: 'HEERE Heere, laat mij toch overtrekken en dat goede land zien, dat aan gene zijde van de Jordaan is.' Maar de HEERE was zeer vertoornd op hem om des volks wil en weigerde: 'Het zij u genoeg; spreek Mij van deze zaak niet meer.' Hij mocht het land slechts van de top van de Pisga aanschouwen.
Jaar
2310 1695 BC
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Deut 3:23-29
23Ook bad ik den HEERE om genade, zeggende ter zelfder tijd: 24Heere HEERE! Gij hebt begonnen Uw knecht te tonen Uw grootheid en Uw sterke hand; want wat God is er in den hemel en op de aarde, die doen kan naar Uw werken, en naar Uw mogendheden! 25Laat mij toch overtrekken, en dat goede land bezien, dat aan gene zijde van de Jordaan is, dat goede gebergte, en den Libanon! 26Doch de HEERE verstoorde zich zeer om uwentwille over mij, en hoorde niet naar mij; maar de HEERE zeide tot mij: Het zij u genoeg; spreek niet meer tot Mij van deze zaak. 27Klim op de hoogte van Pisga, en hef uw ogen op naar het westen, en naar het noorden, en naar het zuiden, en naar het oosten, en zie toe met uw ogen; want gij zult over deze Jordaan niet gaan. 28Gebied dan Jozua, en versterk hem, en bekrachtig hem; want hij zal voor het aangezicht van dit volk henen overgaan, en zal hun dat land, dat gij zien zult, doen erven. 29Alzo bleven wij in dit dal tegenover Beth-Peor.