Mordechai ontdekt een samenzwering tegen de koning

Mordechai, die in de poort des konings zit, ontdekt dat twee kamerheren, Bigthan en Teres, een aanslag beramen op koning Ahasveros. Hij meldt het aan Esther, die het de koning doorgeeft op Mordechais naam. De samenzweerders worden opgehangen en de zaak wordt opgetekend in de kronieken.

Jaar
3282 723 BC

Personen

Bijbelverzen

Est 2:19-23
19Toen ten anderen male maagden vergaderd werden, zo zat Mordechai in de poort des konings. 20Esther nu had haar maagschap en haar volk niet te kennen gegeven, gelijk als Mordechai haar geboden had; want Esther deed het bevel van Mordechai, gelijk als toen zij bij hem opgevoed werd. 21In die dagen, als Mordechai in de poort des konings zat, werden Bigthan en Theres, twee kamerlingen des konings van de dorpelwachters, zeer toornig, en zij zochten de hand te slaan aan den koning Ahasveros. 22En deze zaak werd Mordechai bekend gemaakt, en hij gaf ze de koningin Esther te kennen; en Esther zeide het den koning in Mordechai's naam. 23Als men de zaak onderzocht, is het zo bevonden, en zij beiden werden aan een galg gehangen; en het werd in de kronieken geschreven voor het aangezicht des konings.