Maria van Bethanië zalft Jezus' voeten
Zes dagen vóór het Pascha maakt men Jezus een avondmaal te Bethanië. Martha dient en Lazarus is een dergenen die met Hem aanzitten. Maria neemt een pond zalf van onvervalschten, zeer kostelijken nardus, zalft de voeten van Jezus en droogt ze af met hare haren. Het huis wordt vervuld met den reuk der zalf. Judas klaagt over de verspilling.
Jaar
4034 30 AD
Bijbelverzen
Joh 12:1-8
1Jezus dan kwam zes dagen voor het pascha te Bethanie, daar Lazarus was, die gestorven was geweest, welken Hij opgewekt had uit de doden. 2Zij bereidden Hem dan aldaar een avondmaal, en Martha diende; en Lazarus was een van degenen, die met Hem aanzaten. 3Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf. 4Zo zeide dan een van Zijn discipelen, namelijk Judas, Simons zoon, Iskariot, die Hem verraden zou: 5Waarom is deze zalf niet verkocht voor driehonderd penningen, en den armen gegeven? 6En dit zeide hij, niet omdat hij bezorgd was voor de armen, maar omdat hij een dief was, en de beurs had, en droeg hetgeen gegeven werd. 7Jezus dan zeide: Laat af van haar; zij heeft dit bewaard tegen den dag Mijner begrafenis. 8Want de armen hebt gijlieden altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.