Lijst van schuldigen aan gemengde huwelijken

Een gedetailleerde lijst wordt opgesteld van de priesters, Levieten en Israëlieten die vreemde vrouwen hadden getrouwd. Onder hen zijn ook zonen van Jesua de hogepriester. Zij geven hun schuld toe en zenden hun vrouwen weg.

Jaar
3304 701 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Ezra 10:18-44
18En er werden gevonden van de zonen der priesteren, die vreemde vrouwen bij zich hadden doen wonen; van de zonen van Jesua, den zoon van Jozadak, en zijn broederen, Maaseja, en Eliezer, en Jarib, en Gedalja. 19En zij gaven hun hand, dat zij hun vrouwen zouden doen uitgaan; en schuldig zijnde, offerden zij een ram van de kudde voor hun schuld. 20En van de kinderen van Immer: Hanani en Zebadja. 21En van de kinderen van Harim: Maaseja, en Elia, en Semaja, en Jehiel, en Uzia, 22En van de kinderen van Pashur: Eljoenai, Maaseja, Ismael, Nethaneel, Jozabad en Elasa. 23En van de Levieten: Jozabad, en Simei, en Kelaja (deze is Kelita), Pethahja, Juda en Eliezer. 24En van de zangers: Eljasib; en van de poortiers: Sallum, en Telem, en Uri. 25En van Israel: van de kinderen van Paros: Ramja, en Jezia, en Malchia, en Mijamim, en Eleazar, en Malchia, en Benaja. 26En van de kinderen van Elam: Mattanja, Zacharja, en Jehiel, en Abdi, en Jeremoth, en Elia. 27En van de kinderen van Zatthu: Eljoenai, Eljasib, Mattanja, en Jeremoth, en Zabad, Aziza. 28En van de kinderen van Bebai: Johanan, Hananja, Sabbai, en Athlai. 29En van de kinderen van Bani: Mesullam, Malluch en Adaja, Jasub en Seal, Jeramoth. 30En van de kinderen van Pahath-Moab: Adna, en Chelal, Benaja, Maaseja, Mattanja, Bezaleel, en Binnui, en Manasse. 31En van de kinderen van Harim: Eliezer, Jissia, Malchia, Semaja, Simeon, 32Benjamin, Malluch, Semarja. 33Van de kinderen van Hasum: Mathnai, Mattata, Zabad, Elifelet, Jeremai, Manasse, Simei. 34Van de kinderen van Bani: Maadai, Amram, en Uel, 35Benaja, Bedeja, Cheluhu, 36Vanja, Meremoth, Eljasib, 37Mattanja, Mathnai, en Jaasai, 38En Bani, en Binnui, Simei, 39En Selemja, en Nathan, en Adaja, 40Machnadbai, Sasai, Sarai, 41Azareel, Selemja, Semarja, 42Sallum, Amarja, Jozef. 43Van de kinderen van Nebo: Jeiel, Mattithja, Zabad, Zebina, Jaddai, en Joel, Benaja. 44Alle dezen hadden vreemde vrouwen genomen; en sommigen van hen hadden vrouwen, waarbij zij kinderen gekregen hadden.