Laatste getuigenis van Johannes de Doper
De discipelen van Johannes komen tot hem en zeggen dat Jezus ook doopt en allen tot Hem komen. Johannes antwoordt: Een mens kan niets aannemen tenzij het hem uit den hemel gegeven zij. Hij moet wassen maar ik minder worden. Die van boven komt is boven allen.
Jaar
4031 27 AD
Personen
Bijbelverzen
Joh 3:22-36
22Na dezen kwam Jezus en Zijn discipelen in het land van Judea, en onthield Zich aldaar met hen, en doopte. 23En Johannes doopte ook in Enon bij Salim, dewijl aldaar vele wateren waren; en zij kwamen daar, en werden gedoopt. 24Want Johannes was nog niet in de gevangenis geworpen. 25Er rees dan een vraag van enigen uit de discipelen van Johannes met de Joden over de reiniging. 26En zij kwamen tot Johannes, en zeiden tot hem: Rabbi, Die met u was over de Jordaan, Welken gij getuigenis gaaft, zie, Die doopt, en zij komen allen tot Hem. 27Johannes antwoordde en zeide: Een mens kan geen ding aannemen, zo het hem uit de hemel niet gegeven zij. 28Gijzelven zijt mijn getuigen, dat ik gezegd heb: Ik ben de Christus niet; maar dat ik voor Hem heen uitgezonden ben. 29Die de bruid heeft, is de bruidegom, maar de vriend des bruidegoms, die staat en hem hoort, verblijdt zich met blijdschap om de stem des bruidegoms. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld geworden. 30Hij moet wassen, maar ik minder worden. 31Die van boven komt, is boven allen; die uit de aarde is voortgekomen die is uit de aarde, en spreekt uit de aarde. Die uit den hemel komt, is boven allen. 32En hetgeen Hij gezien en gehoord heeft, dat getuigt Hij; en Zijn getuigenis neemt niemand aan. 33Die Zijn getuigenis aangenomen heeft, die heeft verzegeld, dat God waarachtig is. 34Want Dien God gezonden heeft, Die spreekt de woorden Gods; want God geeft Hem de Geest niet met mate. 35De Vader heeft den Zoon lief, en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. 36Die in den Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die den Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem.