Johannes de Doper zendt zijn discipelen tot Jezus
Johannes, in de gevangenis zijnde, zendt discipelen tot Jezus: Zijt Gij Degene Die komen zou? Jezus antwoordt: Boodschapt Johannes hetgeen gij hoort en ziet: blinden worden ziende, kreupelen wandelen, melaatsen worden gereinigd.
Jaar
4032 28 AD
Personen
Plaatsen
Bijbelverzen
Mat 11:1-6
1En het is geschied, toen Jezus geeindigd had Zijn twaalf discipelen bevelen te geven, dat Hij van daar voortging, om te leren en te prediken in hun steden. 2En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen; 3En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? 4En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet: 5De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden worden opgewekt, en den armen wordt het Evangelie verkondigd. 6En zalig is hij, die aan Mij niet zal geergerd worden.