Jezus verschijnt aan de discipelen te Jeruzalem

Terwijl de Emmaüsgangers nog spreken, staat Jezus Zelf in hun midden en zegt: Vrede zij ulieden. Zij worden verbaasd en verschrikt en meenen een geest te zien. Hij toont hun Zijn handen en voeten en eet een stuk gebakken visch voor hun oogen om te bewijzen dat Hij lichamelijk is opgestaan.

Jaar
4034 30 AD

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Luc 24:36-43
36En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden! 37En zij verschrikt en zeer bevreesd geworden zijnde, meenden, dat zij een geest zagen. 38En Hij zeide tot hen: Wat zijt gij ontroerd, en waarom klimmen zulke overleggingen in uw harten? 39Ziet Mijn handen en Mijn voeten; want Ik ben het Zelf; tast Mij aan, en ziet; want een geest heeft geen vlees en benen, gelijk gij ziet, dat Ik heb. 40En als Hij dit zeide, toonde Hij hun de handen en de voeten. 41En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden, en zich verwonderden, zeide Hij tot hen: Hebt gij hier iets om te eten? 42En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis, en van honigraten. 43En Hij nam het, en at het voor hun ogen.