Jakob worstelt met God te Peniel

In de nacht worstelt een Man met Jakob tot de dageraad. Hij raakt Jakobs heupgewricht aan. Jakob laat niet los tot hij gezegend wordt. Zijn naam wordt Israel (strijder Gods). Jakob noemt de plaats Peniel: ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht.

Jaar
2022 1983 BC

Personen

Plaatsen

Bijbelverzen

Gen 32:22-32
22En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok. 23En hij nam ze, en deed hen over die beek trekken; en hij deed overtrekken hetgeen hij had. 24Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging. 25En toen Hij zag, dat Hij hem niet overmocht, roerde Hij het gewricht zijner heup aan, zodat het gewricht van Jakobs heup verwrongen werd, als Hij met hem worstelde. 26En Hij zeide: Laat Mij gaan, want de dageraad is opgegaan. Maar hij zeide: Ik zal U niet laten gaan, tenzij dat Gij mij zegent. 27En Hij zeide tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. 28Toen zeide Hij: Uw naam zal voortaan niet Jakob heten, maar Israel; want gij hebt u vorstelijk gedragen met God en met de mensen, en hebt overmocht. 29En Jakob vraagde, en zeide: Geef toch Uw naam te kennen. En Hij zeide: Waarom is het, dat gij naar Mijn naam vraagt? En Hij zegende hem aldaar. 30En Jakob noemde den naam dier plaats Pniel: Want, zeide hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn ziel is gered geweest. 31En de zon rees hem op, als hij door Pniel gegaan was; en hij was hinkende aan zijn heup. 32Daarom eten de kinderen Israels de verrukte zenuw niet, die op het gewricht der heup is, tot op dezen dag, omdat Hij het gewricht van Jakobs heup aangeroerd had, aan de verrukte zenuw.